Het onderzoek naar de effectiviteit van de S4S-interventies levert waardevolle informatie op. Lees hier de belangrijkste bevindingen uit de tweede meting.
Hoe heeft de leercultuur zich vanaf 2023 ontwikkeld bij bedrijven die deelnemen aan S4S? En wat is het effect van de ingezette interventies daarbij? Die vragen stonden centraal bij de tweede meting, die werd uitgevoerd door Panteia en Hogeschool Rotterdam. Graag nemen we je mee in de inzichten die deze meting heeft opgeleverd.
Verbetering leercultuur
Van de bedrijven die zowel aan de eerste als de tweede meting deelnamen, ontwikkelt ongeveer 70 procent zich richting een meer responsieve leercultuur. Oftewel: een leercultuur waarin medewerkers zich continu en proactief aanpassen aan nieuwe ontwikkelingen. Dit beeld wordt echter genuanceerd, omdat een deel van deze bedrijven is uitgevallen of geen vervolgmeting heeft afgerond. Daarmee rekening houdend is bij ongeveer 42 procent van de oorspronkelijke deelnemers de leercultuur aantoonbaar verbeterd.
De ontwikkeling van een leercultuur blijkt dus geen lineair proces. De bedrijven zetten stappen, maar kennen ook terugval of stagnatie. Bovendien zit het merendeel nog in een fase waarin leren en ontwikkelen weliswaar meer aandacht krijgen, maar nog niet zijn verankerd in de organisatie. Een volledig proactieve leercultuur, waarin medewerkers zelf de regie nemen over hun ontwikkeling, is nog niet bereikt.
Meer structuur
De vooruitgang die de bedrijven boeken, zit vooral in het aanbrengen van structuur. Ze hebben vaker de nodige randvoorwaarden op orde, zoals tijd, budget, een goede HR-functionaris en ondersteuning van de werknemer. Bovendien is een deel van de bedrijven beter in staat om leerdoelen te formuleren en leeractiviteiten te organiseren. Maar de koppeling met de strategische koers is nog vaak beperkt.
Een belangrijk knelpunt ligt bij de daadwerkelijke deelname van medewerkers aan leeractiviteiten. Werkgevers en werknemers erkennen het belang van leren en ontwikkelen steeds meer, maar de feitelijke deelname blijft bij een deel van de bedrijven achter.
Dit wijst op een kloof tussen intentie en gedrag, waarbij verschillende factoren van invloed zijn:
- Bij de bedrijven: werkdruk, beperkt budget, samenwerking tussen HR, management en werkplaats.
- Bij de werknemers: beperkte tijd, negatieve leerervaringen, verschil in de bereidheid om te leren tussen jongeren en ouderen.
- Bij S4S: lange doorlooptijd van het S4S-programma en het vasthouden van de aandacht van werkgevers. Gebrek aan een vaste begeleider en aan opvolging na interventies, waardoor ‘leermomentum’ verloren gaat.
Waardevolle impuls
De resultaten van de tweede meting laten zien dat S4S een waardevolle impuls geeft aan leren en ontwikkelen binnen mkb-bedrijven, maar dat het realiseren van duurzame veranderingen tijd vraagt. Daarbij wordt de effectiviteit van de interventies bepaald door de mate waarin ze aansluiten bij de ontwikkelfase van bedrijven, de betrokkenheid van medewerkers en de ondersteuning van S4S bij de implementatie en opvolging.
Onlangs zijn Panteia en Hogeschool Rotterdam gestart met de eindmeting. We zijn heel benieuwd naar de resultaten. Die zullen uitwijzen in hoeverre de ingezette ontwikkelingen zich verder doorzetten en leiden tot meer structurele veranderingen in de leercultuur van de deelnemende bedrijven.
Panteia en Hogeschool Rotterdam zijn gestart met de eindmetingen. Doe mee en kom precies te weten wat het effect is van de S4S-interventies op jouw bedrijf. Wil je meer weten over het onderzoek? Mail naar info@skills4skills.nl.
